Den Haag was in de 17e en 18e eeuw de rijkste
stad van de machtige Republiek. Er woonden meer rijken dan in de handelsstad Amsterdam,
terwijl die laatste stad omstreeks 1650 zes maal zo veel inwoners had.
Wie in over het Lange
Voorhout en de Vijverbergen wandelt ziet de prachtige
stadspaleizen die de welgestelde families lieten bouwen. Daar woonden zij in het najaar en
de winter.
In de nabijheid van Den Haag lieten zij
landhuizen bouwen, waar zij zich zomers konden terugtrekken uit de drukke stad, omdat de
grachten stonken en de straten vol waren met handelaren, reizigers en gewone burgers. Op
de landgoederen vond men rust.
Het Landgoed Meer en Bos(ch) ligt tussen
Loosduinen (Waldeck) en Kijkduin aan het eind van de de ongeveer 10 kilometer (!) lange
Laan van Meerdervoort. Het landgoed (18ha) is ook nu nog een oase van rust aan de rand van
de drukke stad.
In Meer en Bos vindt men oude paden, duinen,
een zandwal, drooggevallen (en 'volle') sloten en een 16e eeuwse boerderij.
Zo rustig als het er nu is, is het niet altijd
geweest. Ten tijde van de Romeinen lagen hier enkele nederzettingen. Er liep een
belangrijke Romeinse Heerweg ( De Rijnweg) door dit gebied heen waar heel veel reizigers,
handelaren en soldaten gebruik van maakten. In dit duingebied woonden jagers, vissers en
handelaren.
Hier vond men voldoende wild, gevogelte en
vis. Die vis haalde men niet alleen uit zee, maar ook uit het Segmeer. Vroeger werd dat
het Wijndaelermeer genoemd.
Het Segmeer bestaat nog steeds, maar is een
stuk kleiner dan het ooit geweest is.
Het meer met de omliggende duingronden is in
1606 door Maarten Adriaanszoon van der Voort gekocht. Hij liet een indrukwekkende
oprijlaan aanleggen en door architecten plannen maken voor de bouw van een impossant huis.
Door financiële tegenslagen is dat huis echter nooit gebouwd. Wel kwamen er enkele tuinen
en kleine siervijvers. Wellicht is men wel aan de bouw van het huis begonnen, maar daar is
geen bewijs meer voor te vinden. Er stond wel een soort jachthuis ("de Koepel")
dat tijdens, of kort na de Tweede Wereld oorlog is afgebroken.
Families, waaronder de familie Cats en de
familie Van Oldenbarnevelt, die het landgoed in bezit kregen
maakten gebruik van het jachthuis en de oude boerderij.