Voor Den Haag gold echter dat het veel minder
inwoners had dan bijvoorbeeld Amsterdam, maar dat er toch meer (zeer) rijke mensen woonden
dan in de grote stad aan het IJ. Niet gemiddeld of relatief gezien, maar 'bij elkaar
opgeteld'! Daarnaast was Den Haag een zeer ruime woonplaats. Door het ontbreken van
veilige, maar tevens 'knellende' stadsmuren was hier lange tijd ruimte in overvloed
-binnen de Verdedigingssingels- en bezaten de welvarende inwoners enorme tuinen en fraaie koetshuizen
Naast oude hoofdstraten heeft Den Haag ook enkele straten gekregen
die vol staan met koetshuizen. Soms was er boven de stalling opslagruimte voor hooi en
stro, maar er bevonden zich daar ook woonruimtes voor de koetsiers en hun gezin.
Sommige straten die aan weerzijden waren volgebouwd met koetshuizen liggen
achter (tussen) de fraaie hoofdstraten en hadden ook de functie van doorgaande weg. Dat
was bijvoorbeeld het geval met de Hoge Nieuwstraat, die tussen Lange Vijverberg en Lange Voorhout in
ligt.
Doordat het verkeer richting centrum gebruik moest maken van de Hoge Nieuwstraat bleven de Lange Vijverberg
en het Lange Voorhout rustige woonstraten, waar slechts
flaneerders en bewoners (te voet, te paard of met de koets) overheen gingen.
De meeste Koetshuizen die langs de Hoge Nieuwstraat
stonden zijn afgebroken en vergangen door nieuwbouw (kantoren en woonhuizen).
Aan de andere kant van het Voorhout bezitten sommige voormalige
stadspaleisjes nog wel Koetshuizen. Deze staan aan de Kazernestraat en worden thans veelal
gebruikt als autogarage.