Verscholen, vergeten in duistere smalle straten en op
achteraf pleintjes liggen de vergeten Haagse Pakhuizen. Op het eerste gezicht is het alsof
er in Den Haag helemaal geen oude pakhuizen (meer) zijn. Dat is echter niet helemaal waar.
Ze zijn alleen wat minder prominent aanwezig dan in de (andere) oude Hollandse steden.
Den Haag is sinds 1248 vrijwel onafgebroken het
regeringscentrum geweest van Holland en later de Republiek en de Monarchie der
Nederlanden.
Tot in de 19e eeuw was Den Haag officieel een dorp, maar
wel een heel bijzonder dorp, met de omvang en het inwoneraantal van een stad.
Er waren dan ook veel 'stadspaleizen', militaire gebouwen
en statige woonhuizen en temidden van dat alles natuurlijk het Kasteel
bij de Hofvijver, met een dubbele slotgracht (waarvan tussen Mauritshuis en het torentje van de minister-president nog een klein
stuk over is).
Het Spui was
gegraven om het water van Hofvijver en de slotgrachten (de naam zegt
het al) te spuien. Na 1300 ontstond er een arbeiderswijk in de buurt van het Spui en enkele andere grachten die met dat water in verbinding
stonden, zoals de Voldersgracht en de Lange Gracht (de huidige Gedempte Gracht /
Gedempte Burgwal). Deze grachten deden dienst als binnenhaven.
In de 17e eeuw kwamen daar enkele belangrijke gracht-havens bij: de zeer brede Turfhaven,
de Schedeldoekshaven (of Middelste Haven), Ammunitiehaven (of Statengracht),
de Wijnhaven, Bierkade en Dunne Bierkade.
Bij die grachten stonden, net als in andere Hollandse steden, veel pakhuizen.
Op het Smidswater, de Hooigracht, de Nieuwe Uitleg en de Gietkom na zijn alle Haagse binnengrachten tussen 1800 en 1905 gedempt en vervolgens zijn veel gebouwen in de voormalige
arbeidersbuurt afgebroken. Zo verdween (helaas) een hele
stadswijk tussen Kalvermarkt, Spui, Ammunitiehaven en Oranje buitensingel.