Toen de Nederlanden aan het eind van de 16e eeuw in opstand kwamen
tegen Spanje was Den Haag niet te verdedigen en werd het regelmatig bezet en geplunderd
door om en om Geuze- en Spaanse troepen, die zonder enig probleem het dorp binnen konden
wandelen.
Er waren geen muren, geen torens en amper
grachten om de bevolking te beschermen. Alleen binnen de grachten van het Binnenhof was
men veilig. Buiten die grachten brandden grote delen van de stad regelmatig tot de grond
toe af.
Uiteindelijk wisten de Nederlandse legers de
Spanjaarden te verdrijven uit het noorden en westen van Nederland.
Den Haag lag er toen echter troosteloos bij.
De meeste bewoners waren de stad ontvlucht, omgekomen in de strijd, of gestorven aan de
Pest.
Er gingen (in het naburige Delft) steeds meer
stemmen op stemmen op om het dorp vervolgens maar niet meer te herbouwen.
We zullen nooit weten hoe Nederland er uit zou
hebben gezien als het Delfse stadsbestuur haar zin had kunnen doordrijven. Wellicht zou
Delft regerings- en hoofdstad geworden zijn, met 17e eeuwse gebiedsuitbreidingen over haar
Singelgracht. Het liep anders, Delft bevroor enige tijd later in de tijd en bleef
eigenlijk zoals het was. Den Haag likte haar wonden en groeide als kool. Het werd het
(machts)centrum van de Republiek.
Het Raadhuis heeft de plunderingen
gedurende de 80 jarige oorlog op miraculeuze wijze 'overleefd' en staat er nog steeds zo
bij als (meer dan) 400 jaar geleden.
Boven de arcades zijn verschillende
inscripties te lezen :
VIGILATE DEO /
CONFIDENTES
(wees waakzaam in vertrouwen op God)
ANNO 1565.
NE IUPITER
QUIDEM OMNIBUS [PLACET].
(zelfs Jupiter kan niet iedereen tevreden stellen).
De standbeelden stellen "Geloof",
"Hoop", "Liefde", "Kracht" en "Gerechtigheid"
voor.
Het 'jongere' gedeelte, het langgerekte
gedeelte links van de toren, ontstond pas in de jaren 1733-1739. De architect was de
wereldberoemde Daniel Marot. Marot was een Hugenoot (Franse
Protestant). Hij was Frankrijk ontvlucht tijdens de vervolging van Protestanten en heeft
lange tijd in Den Haag gewoond. Zijn huis aan het Noordeinde
bestaat nog steeds.
Marot kreeg bij de bouw van het Stadhuis hulp
van de beroemde Beeldhouwer Jean Baptist Xavéry, eveneens een Hugenoot. De beeldengroep
"Gerechtigheid en Voorzichtigheid" (compleet met Ooievaar) is van zijn
hand.
Meer over Marot en Xavery in het hoofdstuk
over beroemde Bouwmeesters in Den Haag.
Er is tegenwoordig een (goed) restaurant onder
het voormalige Stadhuis gevestigd; "Catacomben". In dit restaurant bevinden zich
ook oude kerkers, deze zijn nog ouder dan het Stadhuis en hoorden vroeger bij het Haagse
Dorpshuis.
Aan het begin van de 21e eeuw is het Haagse
oude Raadhuis één van de oudste (en mooiste) gebouwen van de stad. Achteraf gezien lijkt
het dus een goede keus te zijn geweest om voor de bouw het geld dat voor de
verdedingswerken was bestemd te gebruiken, maar daar hebben de bewoners van Den Haag
enkele jaren na de bouw van het stadhuis waarschijnlijk heel anders over gedacht.
In de jaren '70 van de 20e eeuw werd er nog
een derde gedeelte aan het gebouw toegevoegd, wat zonder enige twijfel een van de
LELIJKSTE gebouwen van Den Haag genoemd kon worden.
Tot opluchting van alles & iedereen is dit
gebouw na 30 jaar weer gesloopt, waarna er een bijzonder gebouw
voor terug kwam..